woensdag 18 maart 2015

Dyspraxie in de slaapkamer

Voor een puber is de slaapkamer een heilige plek. De enige kamer in het huis die van jezelf is. Daar kan je je ontspannen na een vermoeide schooldag, daar kan je wegvluchten van zeurende ouders, daar kan je dingen facebooken, snapchatten, instagrammen en pinteresten die je liever niet in de woonkamer op de gemeenschappelijke computer doet, daar kan je de deur (al dan niet luidruchtig) dichtgooien om duidelijk te maken dat men je even met rust moet laten. Kortom een geliefd toevluchtsoord voor onze opgroeiende kinderen.
De gemiddelde tienerkamer ziet er vaak uit alsof er net een luchtaanval heeft plaatsgevonden en rare items als stofzuiger en stofdoek zal je daar nooit spontaan tegenkomen. De tienerkamer bij ons in huis is wat dat betreft geen uitzondering. DCD in het dagelijkse leven uit zich ondermeer in slecht kunnen plannen en moeilijk kunnen organiseren. Opruimen en ordelijkheid is dus een probleem. Het is voor ons als ouders altijd een beetje gokken of het slagveld in de kamer van dochterlief een gevolg is van haar DCD of een tijdelijke opstoot van het puber-gen waardoor het gewoon genetisch onmogelijk is om kleding van de grond te rapen.

Soms heeft dochterlief het licht gezien en tref je een opgemaakt bed en een opgeruimd bureau aan (vaak is dat ‘toevallig’ als een vriendin langskomt, niet dat ik daarmee iets wil beweren). Dat geeft je dan het idee dat het toch wel kan, dat opruimen en orde houden. Maar dan maak je de fout door een kast open te trekken. Zoals met zovele dingen in het leven geeft ook hier uiterlijke schoonheid niet altijd garantie op een mooie binnenkant. Ik zie een Mount Everest aan vuile/schone kleding. Ik zie geen schoenen maar ruik wel dat ze daar ergens bij liggen. Ik zie een zwemzak met halfnatte handdoeken en probeer te herinneren wanneer in hemelsnaam de laatste zwemles was. En tussen de wanhoop door moet ik glimlachen : we hebben een echte puber in huis. 

De wederhelft glimlacht hier minder om, die is meer van de ik-sleur-je-van-bij-de-tv-vandaan-en-je-gaat-nu-meteen-opruimen-aanpak.  Hij heeft daar hele goede steekhoudende theorie├źn over. Tot ik vraag of we even mijn schoonmoeder kunnen bellen om te checken hoe zijn opruimkwaliteiten als tiener waren.  Ik begrijp hem wel, vuile kleding in je kast stapelen is not done. Maar ik begrijp dochterlief ook….orde is een moeilijk concept en opruimen staat heel erg achteraan op haar prioriteitenlijstje. Ze is ook erg creatief in haar excuses. Dan krijg je antwoorden als : jaaaahaaaa dat weet ik….maar ik ben wel al heel lang aan mijn wiskunde huiswerk bezig en dat is toch ook belangrijk.  Geniepig antwoord, want ja natuurlijk is die wiskundetoets veel belangrijker dan je kast opruimen. Dus daar sta ik dan zonder tegenargument. De wederhelft mompelt dan dat ze gerust beiden kan doen, gewoon een kwestie van doorwerken. 

Ook weer moeilijk met dcd :  ‘doorwerken’ en je niet laten afleiden. Als ik zie hoe lang bepaalde huistaken duren denk ik dat alles een afleiding is. Niet enkel de vogel die door de tuin vliegt of een smsje dat binnenkomt, maar ook de gele stift die vandaag tijdens de les was gevallen en onder de stoel van een klasgenootje was gerold, dat klasgenootje dat een mooie trui aanhad, de trui die rood was, toevallig van datzelfde felle rood als haar halster voor bij het paardrijden, het paardrijden dat over 3 of nee 2 of toch drie dagen weer zal zijn, en op welk paard zou ze dan mogen rijden want dat paard van vorige week was niet zo leuk als dat van 2 lessen ervoor…oh wat was ik ook alweer aan het doen ? Ah ja wiskunde…..

Dus ik ben al blij als het huiswerk tijdig klaar is, als de juiste boeken in haar boekentas zitten, als ze op het juiste moment turn- of zwemspullen meeneemt…..die slaapkamer komt dan wel een keer tijdens de vakantie.  Laat haar toevluchtsoord maar lekker haar eigen rommelig toevluchtsoord zijn. Af en toe zet ik de wasmand eens voor de deur en kan alles weer bijgewerkt worden. Misschien maar best dat we tijdens het inschrijven bij het internaat toch goed benadrukken dat een tiener met dcd nog rommeliger is dan een doorsnee tiener. 

Zou het “recht op meer rommel” passen in een handelingsplan denkt u ?